Manuel heeft mij gisteren meegenomen naar Punto en Callao. Dat is de haven van Lima. De cruiseschepen leggen er ondermeer aan. Verder is ook de luchthaven in Callao. Maar eh die haven is nog een streep verder weg. Lima gaat er prat op dat het de enige hoofdstad in Zuid Amerika is die een zeehaven heeft, maar vaak merk je er niet zoveel van. De stad zelf ligt een honderd meter boven de kust, en het strand, met een snelweg is eigenlijk een beetje moeilijk te bereiken. Wederom in een collectivo. De rammelbusjes. Het is nu zomers warm in Lima, en dan kan een toch met een busje wat ver is ook echt ver zijn. Die busjes gaan trouwens helemaal van het noorden naar helemaal het zuiden. Waarbij we nog moeten opmerken dat Fernando in tin-air is verdwenen. Geen idee, hij kwam niet opdagen.
Eerst naar de Javier Prado, maar onze bus bleek door te gaan richting Callao, niet helemaal naar Punto maar toch een flink eind in de richting. Hobbeldebobbel. Onderweg reden we nog voorbij een piramide, één van de zeventig ofzo, dus eigenlijk iets minder om je over op te winden. Eén van de zeventig in Lima.
Oh Ad is zo aardig om mijn blog te delen. Ik zag een heuse kolibrie in het wild. Hij zat bij het hotel om de hoek een slokje water te nemen uit een soort van fonteintje. Hij was petrol groenig, misschien door een benzine verontreiniging. En had een lange kromme snavel. Ja die dus.
Nog steeds en-route naar Callao. We kwamen er aan, er is een groot fort, zeg maar Heusden, maar dan zonder galeries. Je kon er een rondleiding nemen maar die duurde anderhalf uur. Beetje lang terwijl er geloof ik verder niet superveel te zien valt. Het oude havenstadje Callao dan daar waren we eindelijk. Alle huizen zijn er beschilderd, nou ja veel huizen met muurschilderingen, waardoor het er zeer kleurrijk uitziet. Het bleek dat het nog al in verval was geraakt, een soort van echte no-go zone. Maar nu is het fraai opgeknapt. Of is er een start meegemaakt. Het zag er leuk uit. We hebben er een maritiem menu als lunch genomen, natuurlijk ceviche en chicaronnes, mag ik zeggen een soort kibbeling. Oh ik heb het gezegd. De eigenaar was zo blij met de klandizie dat hij een foto van ons maakte voor op de website. Voor mij heeft hij ook een foto gemaakt. Blijkt dat de bevolking van Callao vooral bestond uit Italianen, die zijn hier met drie emigratie golven naar toe gegaan. Ergens 1800, ergens begin vorige eeuw en rond WOII. Niet alleen uit het zuiden. Met mij Maffia boek net achter de ogen zag ik met die Al Capone achtige auto's al schietpartijen etc voor mij, maar schijnt mee te vallen. Verder zijn ze goed in Salsa dansen. Dat hebben ze dan weer geleerd van de Peruanen, anders zouden ze de Tarantella dansen. Ja daarna zijn we gaan kuieren naar het echte Punto, dat bleek nog een tippeltje te zijn. Eerst waar de armere italianen aanspoelden, en daarna de italianen die iets beter hadden geboerd. Tenslotte natuurlijk op de kop een marine toestand, maar ook echt strand. Ik vond het allemaal wel wat hebben, jammer dat het anderhalf uur is met de bus, zucht en kreun.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten