In het dorpje Huari is een Wari tempel, dat is vanaf hier 6 km met een taxi, of een bus maar dat vergt uitzoekwerk. Met de taxi dus. Ik werd op een pleintje afgezet en er was een soort van poort me daarachter de ingang naar de tempel. Er leek niemand te zijn dus ik ben maar doorgekuierd. Het was afgesloten, de muren van het ding waren iets van 4 meter hoog en dubbel, met een soort dakje er op gemetseld. Ik liep er maar verder omheen. Toen ik er ongeveer half om heen was zag ik dat je met wat geklauter over de muur zou kunnen kijken. Ik ben natuurlijk geen held met hoogtes, maar besloot toch die kant op te klauteren. Ik keek in de dubbele muur, die ongeveer een meter uitelkaar stonden. Ik was er moederziel alleen. Heb een tijdje van het uitzicht genoten, en me afgevraagd of Maria hier verder op een huisje zou hebben. Nou is op zich de streek hier nog redelijk bewoont, maar die tempel lag daar wel alleen te zijn. Hij is trouwens na de wari gebruikt door een local clubje en daarna is hij ook nog Inca geweest. Terug toen in het museum bezocht, wat wel een euro kostte bleek dat ze je vanaf daar meenamen naar de tempel. Het is vanbinnen een groot vierkant. Volgens mij hebben ze er éé'n dame gevonden, die was tenminste in het museum. Maar ja verder weten ze er vaak niet veel van. Er lopen onder de tempel verschillende waterstromen. Het deed me zelfs een beetje denken aan Nasca met de diep onder de grond verborgen stroompjes. Bij een stroompje had ik op de heen weg een meneer allemaal flesjes zien vullen. Volgens de gids kon je er vanalles mee doen, wassen, drinken, spinazie in koken. Ik geloof haar op haar ogen.
Toen ik de eerste keer de site afliep keek ik naar een winkeltje, daarvoor zaten twee indianen die om een praatje verlegen waren. Ik weet nu dat hij Paulino heet en zij iets van Esperanza. Ik heb water bij ze gekocht. Het museum was niet veel. Maar daarvoor zat een plaatselijke archeoloog potscherven af te stoffen.
Vooral toen ik in de tempel stond en er stiekum aan het op klauteren was dacht ik erg aan Debb en Seb. Dit was het gevoel dat ze hadden toen ze op zoek waren naar sporen om hun zaak op te lossen. en dat zo in de Andes, in die ijle lucht op 3000 meter hoogte. Erg mooi. Verder was er nog een kerk.
Toen ik de eerste keer de site afliep keek ik naar een winkeltje, daarvoor zaten twee indianen die om een praatje verlegen waren. Ik weet nu dat hij Paulino heet en zij iets van Esperanza. Ik heb water bij ze gekocht. Het museum was niet veel. Maar daarvoor zat een plaatselijke archeoloog potscherven af te stoffen.
Vooral toen ik in de tempel stond en er stiekum aan het op klauteren was dacht ik erg aan Debb en Seb. Dit was het gevoel dat ze hadden toen ze op zoek waren naar sporen om hun zaak op te lossen. en dat zo in de Andes, in die ijle lucht op 3000 meter hoogte. Erg mooi. Verder was er nog een kerk.
Wauw, ik zie het helemaal voor me, Sebas op een paard, en Debby rennend door de cactusvijgen, o nee, de vijgencactussen.
BeantwoordenVerwijderenHerinneringen aan De onderste steen
BeantwoordenVerwijderen